DE BEZEMWAGEN VAN DE INNOVATIE

Ik mocht onlangs aansluiten bij één van de vele innovatietafels van Economische Zaken. “Hoe gaan we de bouw duurzaam innoveren”, was de vraag. Het was zoals altijd een wat eenzijdig opgebouwd gezelschap. Ik telde de aanwezige en kwam tot ruim veertig licht- tot donkerblonde mannen en één dame van middelbare leeftijd, die wat onwennig heen en weer schuifelde. Ze zaten allen in hun eigen hokje, de aannemer, de installateur, de architect en de ontwikkelaar. Al bij de uitnodiging had ik een behoorlijk paradoxaal gevoel bij dit initiatief. De bouw en innovatie zijn niet wat je noemt natuurlijke partners. Geen Laurel en Hardy. Ze sluiten elkaar eerder uit getuige het credo “hoe beter het gebouw hoe slechter het WiFi-signaal”.

 

Het is toch achterhaald dat de aannemer begint met het neerkwakken van een paar muren met een dak. Dan komt de installateur, die de benodigde doorvoeren maakt voor de leidingen op de muren en onder plafonds. Vervolgens wordt er een installatie in het gebouw gerealiseerd, die zelden conform specificaties presteert. Dan schuift er een ICT-bedrijf aan, die op de muren van die lelijke witte of grijze kabelgoten bevestigt en er een paar CAT5 kabels doorheen trekt. Als laatste komt het beveiligingsbedrijf met onder de arm een toegangscontrolesysteem dat niet communiceert met andere onderdelen van het gebouw.

 

Allemaal verschillende partijen die verschillende stappen in het bouwproces uitvoeren zonder integratie en met weinig aantoonbare intelligentie in het gebouw. Ook nog eens met allemaal een eigen systeem. Toen Imte ch Buildings Services failliet ging, was de eerste gedachte: wie heeft de codes van het Gebouwbeheerssysteem?Ja, er zijn geïntegreerde contracten ontwikkeld. Denk aan DBFMO, Bouwteam, D&B, E&C, maar echte innovatie zoals bijvoorbeeld in de automobielsector? Nee. het blijft behelpen.

 

Hoe kan het toch dat we nog steeds woningen bouwen waar inbrekers binnen drie minuten binnen staan? Met alle nare gevolgen voor onze maatschappij van dien. Kunnen we geen installaties bouwen die geen storingen opleveren? Ik droom af en toe dat er een monteur op de stoep staat die een onderdeel komt vervangen dat niet kapot is, maar aan het eind van zijn Life Cycle is. “Kijk meneer Azarkan, we houden dertig datapunten bij die we vergelijken met een landelijke database van soortgelijke systemen. Via een logaritme bepalen we de kans van het falen van dit onderdeel in de komende periode. Vervolgens vervangen we dat eerder dan dat het kapot is.” Begrijpt u het nog? Voorlopig mag ik blij zijn als ik de geijkte rapportages. Zoveel klachten, zoveel storingen, zoveel binnen 24 uur en zoveel nog in uitvoering krijg.

 

De huidige tijdsgeest geeft ons de mogelijkheid om slimmere gebouwen en woningen neer te zetten met technologie die betaalbaar is. Het wordt tijd voor gebouwen waar intelligente netwerken en sensoren in zitten die ook nog energie kunnen opwekken en dat ook nog eens geprefabriceerd vanuit de fabriek. Of wellicht nog veel beter, gewoon uit de 3D printer. Print-on-use. Toegegeven, er zijn de nodige pilots uitgevoerd en veel partijen, klein en groot, passen de beschreven ontwikkelingen toe. Echter, dat de bouwsector net voor de bezemwagen van het innovatie-peloton rijdt, maakte Maxime Verhagen mij weer eens volstrekt helder. Maxime Verhagen sloot de bijeenkomst namelijk af met de legendarische woorden: ”Ten opzichte van de Tweede Wereldoorlog hebben we al 70% van het materiaal in de bouw vervangen”. Ik dacht mijn hemel! We gebruiken nog voor 30% dezelfde materialen als 70 jaar geleden.

Leave a Reply